Wat is schijnzelfstandigheid? Zo weet je of je risico loopt
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Wat betekent dat voor jou als zzp'er of als opdrachtgever? En hoe weet je of jouw werkrelatie risico loopt? Een heldere uitleg, zonder juridisch jargon.
Laatst bijgewerkt: 17 juli 2026 · leestijd ± 6 minuten
Je huurt een zzp'er in, of je werkt zelf als zelfstandige. Op papier is er een opdracht, een factuur, een uurtarief. Maar de Belastingdienst kijkt niet alleen naar het contract — die kijkt naar hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet. En daar zit precies het risico van schijnzelfstandigheid.
Wat is schijnzelfstandigheid precies?
Van schijnzelfstandigheid is sprake als iemand op papier als zelfstandige (zzp'er) werkt, maar in de praktijk eigenlijk als werknemer functioneert. De relatie lijkt zelfstandig, maar heeft in werkelijkheid de kenmerken van een dienstverband. De Belastingdienst kan zo'n relatie dan aanmerken als een (verkapte) dienstbetrekking — met naheffingen en gevolgen voor beide partijen.
De basis staat in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek: er is een arbeidsovereenkomst als er sprake is van (1) arbeid, (2) loon, (3) een gezagsverhouding en (4) gedurende zekere tijd. Draag je die vier elementen aan, dan is het juridisch een dienstverband — ongeacht wat er boven het contract staat.
Waarom is dit nú belangrijk?
Jarenlang handhaafde de Belastingdienst nauwelijks op schijnzelfstandigheid: er gold een handhavingsmoratorium. Per 1 januari 2025 is dat opgeheven. De Belastingdienst controleert sindsdien weer actief en kan correcties opleggen. Dat maakt veel opdrachtgevers voorzichtig: sommige bedrijven stoppen uit angst met het inhuren van zzp'ers, terwijl dat vaak helemaal niet nodig is als de relatie goed is ingericht.
Voor jou betekent het vooral: het is verstandig om nú te weten hoe jouw werkrelaties ervoor staan, in plaats van achteraf verrast te worden.
Hoe beoordeelt de Belastingdienst een arbeidsrelatie?
Sinds het Deliveroo-arrest (Hoge Raad, 24 maart 2023) staat vast dat je naar alle omstandigheden samen moet kijken — er is geen enkel kenmerk dat in zijn eentje de doorslag geeft. In de praktijk komt het neer op vier pijlers:
1. Gezag en instructie
Bepaalt de opdrachtgever hóe, wanneer en waar je werkt? Vaste werktijden, aansturing zoals een leidinggevende en verplichte aanwezigheid wijzen richting een dienstverband. Dit weegt het zwaarst.
2. Persoonlijke arbeid en vervanging
Moet jij het per se zelf doen, of mag je je vrij laten vervangen? Vrije vervanging is een sterk teken van zelfstandigheid.
3. Inbedding in de organisatie
Is het werk een structurele kernactiviteit, doe je hetzelfde als werknemers in loondienst, en loopt de samenwerking al lang? Dan lijkt het meer op een vaste plek in de organisatie.
4. Ondernemerschap
Heb je meerdere opdrachtgevers, loop je commercieel risico, gebruik je eigen middelen en presenteer je je naar buiten als ondernemer? Dat pleit vóór zelfstandigheid. Ook je uurtarief speelt mee: een laag tarief verhoogt het risico. Het wetsvoorstel VBAR wil hier zelfs een rechtsvermoeden van een dienstverband aan koppelen bij tarieven onder een bepaalde grens.
5 rode vlaggen dat je schijnzelfstandig bent
- Je hebt (bijna) maar één opdrachtgever, al langere tijd.
- Je hebt vaste werktijden en moet je aan- of afmelden zoals een werknemer.
- Je doet precies hetzelfde werk als collega's in loondienst, zij aan zij.
- Je mag je niet zomaar laten vervangen; het moet jouw persoon zijn.
- Je loopt nauwelijks ondernemersrisico en gebruikt vooral spullen van de opdrachtgever.
Herken je er meerdere? Dan is het slim om de relatie tegen het licht te houden.
Wat riskeer je bij schijnzelfstandigheid?
Voor de opdrachtgever is het risico het grootst: naheffingen van loonheffingen (soms met terugwerkende kracht), boetes en het alsnog moeten afdragen van premies. Voor de zzp'er kan het betekenen dat ondernemersvoordelen (zoals de zelfstandigenaftrek) vervallen, en er kan discussie ontstaan over het arbeidsrechtelijke gevolg — bijvoorbeeld aanspraak op een dienstverband. Kortom: beide kanten hebben belang bij een relatie die ook in de praktijk als zelfstandig standhoudt.
Hoe verklein je het risico?
- Werk resultaatgericht en leg vast dat de opdrachtnemer de werkwijze zelf bepaalt.
- Schrap vaste werktijden en verplichte aanwezigheid waar dat niet nodig is.
- Neem een reële vervangingsclausule op — en sta vervanging in de praktijk ook toe.
- Bak opdrachten af als project met een begin en een einde in plaats van een doorlopende functie.
- Bouw meerdere opdrachtgevers op en hanteer een marktconform tarief.
- Gebruik een goede modelovereenkomst als startpunt en pas die aan op de praktijk.
De Schijnzelfstandigheid-check geeft je per criterium concrete verbeterpunten en levert in het volledige rapport een voor-ingevulde modelovereenkomst mee die je meteen kunt gebruiken.
Veelgestelde vragen
Is deze check hetzelfde als een oordeel van de Belastingdienst?
Nee. De check geeft een indicatie op basis van openbare criteria en rechtspraak. Het is geen juridisch of fiscaal advies en niet verbonden aan of goedgekeurd door de Belastingdienst. Twijfel je? Raadpleeg een jurist of fiscalist.
Ik heb maar één opdrachtgever. Ben ik automatisch schijnzelfstandig?
Niet automatisch, maar het is wel een belangrijk signaal. Het gaat om het totaalplaatje: gezag, vervanging, inbedding en ondernemerschap samen. Eén opdrachtgever in combinatie met vaste werktijden en aansturing weegt zwaarder dan één opdrachtgever op zichzelf.
Lost een modelovereenkomst het risico op?
Een modelovereenkomst helpt, maar alleen als de praktijk ermee overeenkomt. De Belastingdienst kijkt naar hoe je feitelijk samenwerkt, niet alleen naar wat er op papier staat. Papier en praktijk moeten kloppen.
Blijven mijn antwoorden privé?
Ja. De gratis scan draait volledig in je eigen browser. Je antwoorden worden niet naar een server gestuurd en niet opgeslagen. Meer hierover lees je in de privacyverklaring.
Dit artikel geeft algemene uitleg op basis van art. 7:610 BW, het Deliveroo-arrest (HR 24-3-2023) en de criteria van de Belastingdienst. Het is geen juridisch of fiscaal advies. Wetgeving rond arbeidsrelaties is in beweging (o.a. het wetsvoorstel VBAR).